RVDH LOGO

Contactgegevens

Fresiastraat 14
2071 NV  Santpoort-Noord
Telefoon: 023 - 536 44 36

E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Vereenvoudiging Arbeidstijdenwet - 01-12-2006

Er gaan minder regels gelden voor het maximale aantal uren dat iemand mag werken en voor nachtarbeid. Aparte regels voor overwerk worden afgeschaft. Verder worden afspraken over pauzes een zaak van werkgevers en werknemers. De Eerste Kamer heeft inmiddels ingestemd met de vereenvoudiging van de Arbeidstijdenwet die per 1 april 2007 zal ingaan. Voor sectoren die een CAO hebben afgesloten komt er een overgangsregeling. In deze sectoren wordt de nieuwe wet van toepassing op het moment dat die CAO in 2007 afloopt, of eerder wanneer CAO-partijen dat afspreken. Uiterlijk op 1 januari 2008 geldt de wet voor alle sectoren.

Verwacht wordt dat de nieuwe Arbeidstijdenwet begin januari zal worden gepubliceerd.

De wetswijziging is onderdeel van het kabinetsbeleid om het aantal regels terug te brengen. Door minder en eenvoudigere regels wordt de internationale concurrentiepositie van Nederland beter. Zeker voor industriële bedrijven, die vaak met ploegendiensten werken, zijn soepeler regels voor arbeidstijden belangrijk om met het buitenland te kunnen concurreren. Daarom beperkt de nieuwe wet zich zoveel mogelijk tot regels die nodig zijn voor de bescherming van de veiligheid, gezondheid en welzijn van de werknemer.

In de nieuwe Arbeidstijdenwet staan nog maar vier regels over de maximum arbeidstijd. De huidige wet kent twaalf verschillende regels.

Maximum arbeidstijd

De nieuwe Arbeidstijdenwet schrijft een maximum arbeidstijd voor van 12 uur per dienst en 60 uur per week. In een periode van 4 weken mag een werknemer onder de nieuwe wet gemiddeld maximaal 55 uur per week werken en per 16 weken gemiddeld 48 uur. Door deze versoepelingen krijgen werkgevers en werknemers meer ruimte de arbeidstijd per dag en per week zelf in te vullen.

Pauzes

Werkgevers en werknemers krijgen de vrijheid zelf afspraken te maken over de praktische details van de pauzes, zoals aantal en tijdstip(pen). Wel blijft bepaald dat bij diensten van 5,5 uur of langer er een pauze moet zijn.

Zondag

De regels voor het werken op zondag blijven nagenoeg ongewijzigd. Het minimum aantal vrije zondagen per jaar blijft 13. In een CAO kan een lager aantal worden afgesproken maar dit mag een individuele werknemer weigeren.

Nachtarbeid

Er komt meer ruimte bij nachtarbeid onder voorwaarde dat een nachtdienst in de regel niet langer mag zijn dan 10 uur. Voor werknemers die regelmatig nachtdiensten draaien, mag de werkweek over een periode van 16 weken gemiddeld niet meer dan 40 uur bedragen. Na één of meer nachtdiensten geldt een langere rusttijd. Ook het aantal nachtdiensten blijft beperkt: per 16 weken maximaal 36 diensten waarvan zeven nachtdiensten achter elkaar. Bij CAO of na een afspraak van de werkgever met de ondernemingsraad mag dit aantal worden verhoogd tot 140 nachtdiensten per jaar en acht nachtdiensten na elkaar.

Bron: Ministerie van SZW, 29-11-2006


Gevolgen nieuwe Arbowet in 2007 - 01-12-2006

Met ingang van 1 januari 2007 verandert de Arbowet ingrijpend. De overheid gaat de verantwoordelijkheid voor het arbobeleid meer bij werkgevers en werknemers leggen. Dit in het kader van minder overheidsregels. Hiervoor komen arbocatalogi in de plaats, waarin methoden staan om te voldoen aan de doelvoorschriften, die zijn vastgesteld door de overheid. Daarnaast zal de Arbeidsinspectie op een andere manier gaan controleren.

Werkgevers en werknemers krijgen meer verantwoordelijkheid voor het arbobeleid. De overheid stelt een aantal zogeheten 'doelvoorschriften' vast, het niveau van bescherming dat bedrijven moeten bieden aan werknemers, zodat zij veilig en gezond kunnen werken. De doelvoorschriften worden beschreven in de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling. Zoals het nemen van maatregelen als er valgevaar bestaat van 2,5 meter of meer en het voorschrift dat het geluidsniveau op de werkplek niet hoger mag zijn dan 85 dB. Het is dan aan werknemers en werkgevers om te bepalen op welke manier zij invulling geven aan de doelvoorschriften. De werkgever voert overleg over zaken die het arbobeleid van de onderneming aangaan met ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging.

Arbocatalogi

Werkgevers en werknemers gaan binnen hun branche zogenoemde arbocatalogi opstellen. Hierin staan de verschillende methoden en oplossingen beschreven, die zij samen hebben genomen om te voldoen aan de doelvoorschriften. Zoals het beschrijven van technieken en methoden, goede praktijken, normen en praktische handleidingen. De verantwoordelijkheid voor de arbocatalogi ligt volledig bij werkgevers en werknemers of organisaties van werkgevers en werknemers binnen een bepaalde sector. Zodra werkgevers en werknemers een positief getoetste arbocatalogus hebben opgesteld voor een sector, worden de beleidsregels voor die sector ingetrokken. Drie jaar na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel worden alle arbobeleidsregels ingetrokken.

Minder regels

Er komen zo min mogelijk Nederlandse regels boven op de regels van de EU. Alleen als het echt nodig is blijven aanvullende regels bestaan, zoals voor het werken met professioneel vuurwerk. De Arbeidsinspectie voert controles uit op basis van de wet- en regelgeving en de invulling daarvan door werkgevers en werknemers in arbocatalogi. De inspectie stelt hiervoor speciale branchebrochures op, waarin informatie is opgenomen over de verplichtingen van de werkgever en hoe een bedrijfsinspectie verloopt. Ook zijn de belangrijkste arbeidsrisico's in de branche uitgewerkt, die doorgaans de aandachtspunten zijn bij een inspectie. Bij misstanden treedt de Arbeidsinspectie hard op, want de maximale boetes voor overtredingen worden verdubbeld.

Overig

· Voor vrijwilligers gelden uitsluitend nog de regels uit het Arbobesluit als het gaat om ernstige arbeidsrisico's, zoals valgevaar of het werken met gevaarlijke stoffen.

· Het arbospreekuur als verplichte taak van de arbodienst vervalt, waardoor het organiseren van een spreekuur in beginsel een zaak tussen werkgevers en werknemers wordt. Zij kunnen hier zelf vorm aan geven.

· Werknemers krijgen toegang tot een arbeidsdeskundige; dit kan een deskundige van een arbodienst zijn, zoals een bedrijfsarts of een arbeidshygiënist, maar ook een preventiemedewerker.

· In organisaties met maximaal 25 werknemers mag de werkgever voortaan zelf als preventiemedewerker optreden.

· Als een RI&E-instrument is afgesproken in een CAO - en deze is getoetst door een deskundige - dan is bij de RI&E die gemaakt wordt met behulp van dit instrument, geen toets meer nodig van de arbodienst. Dit geldt voor bedrijven met in de regel ten hoogste 25 werknemers (voorheen 10).

· Verdubbeling van de boetehoogte.

Bron: NEN, november 2006

Meer aandacht nodig voor veilig werken in binnenvaart - 01-12-2006

Tijdens controles van de Arbeidsinspectie is gebleken dat minstens vier op de tien binnenschippers geen reddingsvest draagt tijdens risicovolle werkzaamheden. Verder laat het onderhoud van machines op de schepen nogal eens te wensen over en zijn veel schepen niet op een veilige manier toegankelijk.

In de binnenvaart gebeuren relatief veel dodelijke ongelukken: 12 in de periode tussen 1997 en 2004. In acht daarvan was de oorzaak verdrinking. Ook in 2005 waren er twee ongelukken met fatale afloop, waarbij de slachtoffers in het water terechtkwamen. Daarom heeft in de periode juli tot november 2005 in totaal 210 inspecties plaatsgevonden op binnenschepen.

N.a.v. inspecties werden 3 grote risico's geconstateerd die meer aandacht nodig hebben.

1. De gevaren van overboord vallen.

Ruim 40 procent van de bemanningsleden gaf aan geen reddingsvest te dragen in gevaarlijke situaties, zoals bij slecht weer, 's nachts en schoonmaak- en schilderwerk op het dek waarbij iemand makkelijk z'n evenwicht kan verliezen. In de praktijk is dit aantal waarschijnlijk nog hoger. Op een kwart van de schepen was niet eens een reddingsvest voorhanden. Veel schippers onderkennen de risico's wel, maar vinden dat de reddingsvesten het werk hinderen.

De Arbeidsinspectie beveelt de binnenvaartsector aan gebruik te maken van speciale buitenwerkjassen met ingebouwd reddingsvest.

2. Toegang tot het schip.

Vaak moeten bemanningsleden halsbrekende toeren uithalen om van de kade op het schip te komen of andersom. Bijvoorbeeld omdat de trappen aan de kade slecht onderhouden zijn of bijna niet te bereiken, of omdat leuningen van loopplanken ontbreken. Dit is zowel een verantwoordelijkheid van de binnenschippers als het havenbedrijf dat de kades beheert.

3. Veiligheid van machines.

Bewegende delen worden bijvoorbeeld niet afgeschermd, waardoor het risico bestaat dat iemands hand ertussen komt. Ook waren bijvoorbeeld autokranen en koppellieren gebrekkig onderhouden. In een aantal gevallen ontbraken brandblussers, of werden die gebruikt als kapstok.

Bron: Ministerie van SZW, 07-11-2006

Eisenpakket voor functionele kleding in de bouwnijverheid - 31-10-2006

Voor inkopers in de bouwnijverheid is het niet eenvoudig kleding te kopen van goede kwaliteit, die voldoet aan geldende voorschriften en tegelijkertijd comfortabel in het gebruik is.

Arbouw heeft hiervoor een 'Eisenpakket voor functionele kleding in de bouwnijverheid' opgesteld. Dit pakket kunt u op de Arbouw-website downloaden: www.arbouw.nl

Bron: Arbouw, 26-10-2006

Werken op hoogte wint aan veiligheid - 31-10-2006

Werken op hoogte heeft in Nederland de afgelopen jaren aan veiligheid gewonnen. Er wordt minder gewerkt met ladders en trappen met een hoogte van tien meter of meer. Ook daalde het aantal mensen dat na een val op de werkplek in een ziekenhuis moest worden opgenomen, hoewel dat nog steeds de meest voorkomende oorzaak is bij arbeidsongevallen. Dit blijkt uit een onderzoek dat was uitgevoerd n.a.v. het van kracht worden van de nieuwe Europese richtlijn Werken op Hoogte per 15 juli 2006.

Deze richtlijn stelt beperkingen aan het gebruik van ladders, trappen en lijnen op de werkplek.

Uit het onderzoek blijkt dat de bedrijven die werken op hoogte positief staan tegenover de regels voor werken op hoogte en de informatie die hierover voorhanden is. Tweederde van hen geeft aan dat het valgevaar afneemt door het invoeren van regels voor werken op hoogte. Ruim 92 procent van de bedrijven zegt goed op de hoogte te zijn van de regels. Meer dan 80 procent van de bedrijven wist dat het gebruik van ladders vanaf juli 2006 beperkt dient te worden. Driekwart van de bedrijven geeft aan te weten dat de Arbeidsinspectie kan gaan controleren op het naleven van de nieuwe regels.

Bron: Ministerie van SZW, 31-10-2006

Bedrijven niet bekend met risico's bestrijdingsmiddelen in containers - 18-10-2006

Bedrijven die containers openen die in Nederland aankomen weten vrijwel nooit dat er gevaarlijke stoffen in deze containers kunnen zitten. Werknemers die de containers openen lopen het risico bedwelmd of vergiftigd te raken. Daarbij is er geen sprake van onwil, maar van onwetendheid en gemakzucht.

De inspectiediensten van de Arbeidsinspectie en de VROM-inspectie onderzochten tussen mei 2005 en april 2006 64 bedrijven die containers ontvangen van overzee. Het gaat om zogeheten gegaste containers, die per zeeschip worden vervoerd. Voor vertrek worden deze behandeld met bestrijdingsmiddelen om de inhoud te beschermen tegen ongedierte. Vóór opening van de containers moet onderzocht worden of er nog resten in zitten van schadelijke gassen. Deze kunnen namelijk leiden tot verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosies. Bedrijven die te maken krijgen met dergelijke containers zijn bijvoorbeeld grote bedrijven of groothandels die meubels, koffie, tabak, kleding of schoenen importeren. Ook expeditiebedrijven en laders en lossers komen in aanraking met de containers.

Uit de steekproef van beide inspectiediensten komt naar voren dat 97% van de bedrijven niet onderzoekt of de container gevaarlijke stoffen bevat. De meeste bedrijven kennen de risico's niet. Ook zijn er bedrijven die er te gemakkelijk op vertrouwen dat geen onderzoek nodig is, bijvoorbeeld omdat de afzender verklaart dat er geen bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt. Deze verklaringen zijn in het verleden echter geregeld onbetrouwbaar gebleken.

Na het eerste bezoek van de inspecteurs hebben de gecontroleerde bedrijven alsnog onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in de gegaste containers. In ruim één op de drie containers (33%) bleek inderdaad sprake van te hoge concentraties bestrijdingsmiddelen.

Ook wordt geconstateerd dat bij de verwijdering van de restanten van bestrijdingsmiddelen het vaak mis gaat. Meestal gebeurde dit zonder enige vorm van persoonlijke bescherming, zoals een bril, een masker en handschoenen. Hierdoor bestaat het gevaar dat personeel de schadelijke stoffen inademt of dat ze in contact komen met de huid.

N.a.v. de inspecties wordt geconstateerd dat er geen sprake is van onwil, maar dat de kennis bij de bedrijven ontbreekt. Ze gaan er te gemakkelijk van uit dat de regels voor hen niet gelden. Daarom zal er een voorlichtingsactie van de Arbeidsinspectie volgen die gericht zal zijn op alle bedrijven die gegaste containers ontvangen. Het doel is expediteurs, distributiebedrijven en groothandels op de hoogte te stellen van de gevaren. Zo zal onder meer een brochure verschijnen over de risico's van gegaste containers.

Bron: Ministerie van SZW, 25-09-2006

Nieuwe praktijkregels laddergebruik - 06-09-2006

Per 15 juli jl. zijn de gewijzigde regels voor laddergebruik via het Arbeidsomstandighedenbesluit (cq. Arbobesluit) van kracht geworden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in ladders als toegangsmiddel of als werkplek.

Ladder als toegangsmiddel

Het is momenteel nog toegestaan een ladder te gebruiken voor het overbruggen van een afstand van maximaal 10 meter. De verwachting is dat dit ter zijner tijd zal worden gewijzigd tot maximaal 6 meter. Voor hoogteverschillen > 6 meter zijn trappentoren of personengoederenliften beter geschikt.

Ladder als werkplek

De ladder als werkplek blijft toegestaan indien een veiliger (bijvoorbeeld rolsteiger of hoogwerker) vanwege het geringe risico niet kan worden gevergd. Tevens moet er sprake zijn van een korte gebruiksduur of van de fysieke onmogelijkheid een dergelijk middel toe te passen.

De Arbeidsinspectie zal het laddergebruik kritisch benaderen en dat betekent voor de werkgever dat beargumenteerd moet worden waarom er geen veiliger arbeidsmiddel is ingezet.

Dit betekent dat het bedrijf zelf zal moeten invullen welke werkduur acceptabel is. Om beargumenteerd te kunnen aangeven wanneer binnen de eigen organisatie een ladder gebruikt kan worden, zal het bedrijf een overzicht moeten maken:

1. werkzaamheden die absoluut niet binnen het bedrijf uitgevoerd mogen worden;

2. werkzaamheden die wel vanaf een ladder uitgevoerd mogen worden, met aanduiding van beperkingen in werkduur en werkhoogte. Dit geldt ook voor vervangende arbeidsmiddelen die bij de overschrijding ingezet dienen te worden.

Tevens zijn de opstellingseisen van ladders in het Arbobesluit (art. 7.23a) opgenomen, waardoor het voor de Arbeidsinspectie mogelijk is om gericht toezicht uit te oefenen.

Opstellingseisen ladder:

- De stabiliteit moet zijn gewaarborgd door opstelling op een stabiele, stevige en onbeweeglijke ondergrond van voldoende grootte; de sporten moeten horizontaal blijven.

- Wegglijden van de voet van de ladder moet zijn voorkomen door de boven- of onderkant van de ladderstijlen vast te zetten, of door toepassing van een antislipinrichting of een andere even doeltreffende oplossing.

- Ladders moeten zodanig worden gebruikt dat de gebruiker steeds veilige steun en houvast heeft; het met de hand dragen van lasten mag een veilig houvast niet belemmeren.

- Bij meerdelige- en schuifladders mogen de verschillende delen niet ten opzichte van elkaar kunnen verschuiven.

- Verrolbare ladders moeten worden vastgezet voordat zij worden betreden.

- Er mag alleen op een ladder worden gewerkt bij weersomstandigheden die de veiligheid van de werknemer niet in gevaar brengen.

Werksituaties die niet acceptabel zijn op de ladder:

- effectieve statijd > 2 uur (optelsom per project),

- meenemen van zware (> 7,5 kg) en/of moeilijk hanteerbare materialen of gereedschappen,

- trekken of duwen op hoogte (> 50 N),

- zijwaarts reiken cq. reikwijdte (maximaal 1 armlengte),

- een te grote werkhoogte (> 5 m sta- cq. voethoogte).

Bron: Aboma+Keboma, augustus 2006

Arbowet 2007 - 17-08-2006

Het ligt in de bedoeling dat nieuwe Arbowet met ingang van 1 januari 2007 van kracht wordt. Dit zal direct gebeuren, zonder overgangstermijn.

Er zal wel een overgangstermijn gaan gelden voor het Arbobesluit, de Regelingen en de beleidsregels. Immers, het wetsvoorstel gaat uit van doelvoorschriften, waarbij de te hanteren middelen in arbocatalogi worden gezet. Maar alle benodigde catalogi - die moeten worden opgesteld door werkgevers en werknemers - zullen in januari 2007 nog niet beschikbaar zijn. Om toch te weten waar men zich aan moet houden, worden daarom de beleidsregels gefaseerd ingetrokken.

De belangrijkste wetswijzigingen van de nieuwe Arbowet op een rij:

- Meer aansluiting bij de richtlijnen

- Doelvoorschriften

- Schrappen van nationale kop

- Melding ernstige ongevallen en ongevalsregistratie

- Verdwijnen verplichting arbeidsomstandighedenspreekuur

- Actieve informatieplicht werkgever gewijzigd in een passieve informatieplicht

- Verdubbeling boetehoogte

- Ondergrens preventiemedewerker van 15 naar 25 werknemers

- Schrappen ondergrens 15 werknemers in BHV-verplichting kleine werkgever

- Bepalingen voor vrijwilligers aanzienlijk verminderd

Bron: NEN, 16-06-2006

Financieel en economisch voordeel met ISO 9001:2000 - 17-08-2006

De nieuwe norm NEN-ISO 10014 'Quality management - Guidelines for realizing financial and economic benefits' geeft richtlijnen voor het realiseren van financiële en economische voordelen door effectieve toepassing van de kwaliteitsmanagementprincipes. De norm is bestemd voor het topmanagement van een organisatie en vult ISO 9004 voor prestatieverbetering aan.

De insteek van deze nieuwe norm is gewijzigd, nadat geconstateerd werd dat het wederzijdse begrip over het nut van kwaliteitsmanagement tussen directie en kwaliteitsmanager voor verbetering vatbaar was. De directie beoordeelt de organisatie doorgaans in financiële termen, terwijl kwaliteit meestal wordt uitgedrukt in termen van verbetering van werkprocessen en productkwaliteit. De financiële voordelen daarvan zijn doorgaans impliciet.

De nieuwe NEN-ISO 10014 biedt een gemeenschappelijke basis en een gemeenschappelijke taal tussen directie en kwaliteitsdeskundigen gericht op het gemeenschappelijke doel van verbeterde winstgevendheid.

De norm hanteert de procesbenadering en de 'plan-do-check-act'-methodiek voor de toepassing van elk van de acht kwaliteitsmanagementprincipes; zie pagina ISO 9001. Per principe wordt aangegeven via welke activiteiten en via welke analysemethoden en benaderingen welke voordelen te behalen zijn. Deze benadering levert veel overzichtelijke informatie op waarmee op verschillende niveaus kan worden gewerkt. De 79 analysemethoden en benaderingen worden kort omschreven, waarmee deze norm ook nog een handig naslagwerk is.

Bron: NEN, 14-08-2006

Onderhoud belangrijke veroorzaker ongelukken chemische industrie - 10-08-2006

Tijdens of na onderhoud in de chemische industrie gebeuren de meeste ernstige incidenten met gevaarlijke stoffen. Ook zijn de risico's die werknemers lopen bij de bestrijding van een dergelijk voorval niet altijd goed ingeschat. Tussen oktober 2004 en januari 2006 vonden 52 incidenten plaats met gevaarlijke stoffen in de bedrijven die vallen onder het Besluit risico's zware ongevallen en bedrijven die werken met veel gevaarlijke stoffen. Van deze 52 incidenten heeft de Arbeidsinspectie er vanwege de aard en omvang 37 onderzocht.In 18 gevallen is proces-verbaal opgemaakt.

De gevolgen van de incidenten varieerden van het vrijkomen van gevaarlijke stoffen tot werknemers die ernstige brandwonden opliepen. Bij 17 van de 37 onderzochte incidenten liepen werknemers in meer of mindere mate letsel op. In totaal ging het om veertig mensen. Het grootste aantal slachtoffers viel bij een lekkage van zoutzuurgas: dertien werknemers liepen bij het inademen daarvan licht letsel op. In een derde van de geanalyseerde ongevallen ontstond bovendien schade aan het milieu.

Ruim een kwart van de gewonden viel bij het bedwingen van de incidenten, waarbij medewerkers bijvoorbeeld moeten vaststellen of er inderdaad een lekkage is, het lek moeten bestrijden en de gelekte stoffen moeten opruimen. Uit de analyse van de Arbeidsinspectie blijkt dat bij ruim 40 procent van de incidenten medewerkers risico's liepen bij het onder controle krijgen ervan. Soms zijn er meer werknemers aanwezig in de buurt van het ongeval dan strikt noodzakelijk. De inspectie constateert dat er meer aandacht nodig is voor de inschatting van de risico's die werknemers lopen bij de bestrijding van incidenten, zodat zonodig extra beschermende maatregelen genomen kunnen worden.

De belangrijkste oorzaken van ongelukken bij onderhoud:

- het onderhoud wordt op een onveilige of verkeerde manier uitgevoerd,

- fouten in het ontwerp van de installaties,

- het ontbreken van goede procedures voor het werk,

- gebrekkig materieel,

- onvoldoende getraind en ervaren personeel.

Met ingang van volgend jaar zullen bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken, via één uniforme methode gecontroleerd worden door landelijke, provinciale en gemeentelijke toezichthouders.

Bron: Ministerie van SZW, 09-08-2006

Inspecties controleren veiligheid baanwerkers - 31-07-2006

De Arbeidsinspectie en de Inspectie Verkeer en Waterstaat onderzoeken of baanwerkers die onderhoudswerk doen aan het spoor veilig werken. De inspecteurs controleren vooral of de werknemers voldoende zijn beschermd tegen aanrijding door een trein. Tot en met december van dit jaar vinden op ruim 150 locaties inspecties plaats.

Het beroep van baanwerker is relatief gevaarlijk: in vergelijking met andere beroepen hebben zij een groot risico op een dodelijk ongeval. De gevaarlijkste situaties ontstaan waar het onderhoudswerk en het treinverkeer niet strikt worden gescheiden. Vooral riskant is het als de dienstregeling intact blijft en er een of meer veiligheidsmensen worden aangesteld die de werkploeg moeten waarschuwen voor aankomende treinen. De kans op concentratieverlies en miscommunicatie is dan groot. Daarom gelden strenge veiligheidseisen. De branche zelf heeft regels afgesproken die in 2005 zijn ingegaan. Met de Tweede Kamer is afgesproken dat per 1 januari 2006 ten minste driekwart van het onderhoudswerk moet plaatsvinden op tijden dat er geen treinen rijden op het spoor waar gewerkt wordt. Op 1 januari 2008 moet dit percentage 100 procent zijn.

De inspecteurs van beide diensten controleren of het werk volgens de regels gebeurt en of er genoeg maatregelen zijn genomen om het risico op een ongeluk zo klein mogelijk te maken. De branche heeft zelf minimumvoorschriften vastgesteld, waarin staat wanneer welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn (Normenkader Veilig Werken). De inspecteurs letten ook op de samenwerking tussen de partijen die betrokken zijn bij de werkzaamheden aan het spoor, zoals opdrachtgever, ingenieursbureau, hoofdaannemer en onderaannemers.

Bron: Ministerie van SZW, 31-07-2006

EU-richtlijn Veilig werken op hoogte van kracht - 06-07-2006

Met ingang van 15 juli 2006 wordt de nieuwe Europese richtlijn Veilig werken op hoogte definitief van kracht. Het doel ervan is het op hoogte werken veiliger maken. De richtlijn beperkt daarbij het gebruik van de ladder als werkplek. Er moet zoveel mogelijk worden gezocht naar een alternatief arbeidsmiddel, zoals een steiger of een hoogwerker.

Er geldt een aantal uitzonderingen waarbij de ladder toch mag worden gebruikt, namelijk in geval van:

a) operationele belemmeringen:

er is te weinig ruimte voor het alternatieve middel of de plaats waar moet worden gewerkt kan niet worden bereikt;

b) veiligheidstechnische belemmeringen:

het alternatieve middel brengt nog grotere risico's met zich mee, of

c) economische belemmeringen:

in principe mogen kosten geen rol spelen bij het kiezen van een alternatief arbeidsmiddel voor de ladder. In een enkele situatie kan hierop een uitzondering worden gemaakt. Bijvoorbeeld wanneer de vervoers- en opstelkosten van het alternatieve middel in geen verhouding staan tot de opbrengsten van de klus.

Naast bepalingen over de ladder gaat de richtlijn ook over andere arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte, zoals trappen, steigers en toegangs- en positioneringstechnieken (persoonlijke valbeschermingssystemen met harnasgordel en veiligheidslijnen).

Nederland heeft de richtlijn één op één overgenomen, dus zonder enige nationale toevoeging, in art. 7.23 van het Arbobesluit.

Meer informatie over de ladder als werkplek en een aantal aanvullende regels is te vinden in de Arbouw-folders:

- De ladder als werkplek. Wanneer wel, wanneer niet?

- De ladder als werkplek, eerder uitzondering dan regel

Deze folders kunt u downloaden via de website van Stichting Arbouw: www.arbouw.nl

Bron: Arbouw Actueel - juli 2006

Eerste Dagsmelding (EDM) - 29-06-2006

Per 1 juli 2006 treedt de nieuwe wet Eerste dagsmelding in werking.

Werkgevers die een nieuwe werknemer niet voor de eerste werkdag aanmelden, lopen kans op een boete van 1134 Euro. Driekwart van de ondernemers blijkt echter helemaal niet of niet goed op de hoogte te zijn van deze nieuwe wet.

De nieuwe wet is ingevoerd om zwart werk en illegale arbeid aan te pakken. De verplichting om een Eerste dagsmelding te doen geldt voor arbeidskrachten die op of na 4 juli 2006 beginnen te werken bij een nieuwe werkgever. De melding moet uiterlijk de dag vóór het begin van de werkzaamheden bij de Belastingdienst binnen zijn.

Bron: Administratie- en adviesbureau Koppen 28-06-2006

Machinaal straten verplicht - 16-06-2006

De Arbeidsinspectie meldt dat stratenmakers die meer dan 1.500 m2 aaneengesloten weg moeten aanleggen, een bestratingsmachine dienen te gebruiken.

Dit geldt echter alleen voor nieuw aan te leggen straten. Herbestrating valt niet onder de nieuwe norm. De nieuwe norm is een begin op weg naar volledig machinaal aanleggen van straten.

De komende periode gaat de Arbeidsinspectie de straatmakersbranche inspecteren en letten op de fysieke belasting voor de stratenmaker. Zo mogen handmatig geen stenen > 4 kg worden gelegd.

Bron: Tijdschrift Arbo 06-2006

Schoorsteenvegers kiezen voor SafeClick - 16-06-2006

De Algemene Schoorsteenvegers Patroons Bond (ASPB), de brancheorganisatie van schoorsteenvegers, adviseert haar leden gebruik te maken van het SafeClicksysteem om veilig op hoogte te werken.

De schoorsteenvegers lopen dit jaar door verscherpte regelgeving en toegenomen aandacht van de Arbeidsinspectie kans beboet te worden als ze geen valbescherming toepassen.Iedere dakbetreder is verplicht maatregelen te nemen bij werk boven de 2,5 meter. Tot voor kort werd voor de schoorsteenvegers een uitzondering gemaakt, maar nu niet meer.

De SafeClick is een band die bevestigd wordt aan aanklikpunten die onder de dakpannen moeten worden aangebracht. Inmiddels zijn meer dan 100 leden van ASPB gecertificeerd voor montage van de SafeClick. Het streven is om in 2006 30.000 daken met SafeClick te hebben uitgerust.

Zie voor meer achtergrondinformatie en verkoopadressen: www.safeclick.nu.

Bron: Tijdschrift Arbo 06-2006

Kabinet regelt normen voor gezond werken - 22-05-2006

Er komt een nieuw arbeidsomstandighedenbesluit waarin normen zijn vastgelegd voor gezond en veilig werken. Sociale partners mogen samen bepalen op welke manieren en met welke middelen ze aan deze normen willen voldoen.

Het Arbobesluit is een meer concrete invulling van de Arbeidsomstandighedenwet die vorige week aan de Tweede Kamer is gezonden. De wet regelt op hoofdlijnen aan welke eisen ondernemingen vanaf volgend jaar moeten voldoen als het gaat om veilig en gezond werken. In het besluit staan nadere regels, bijvoorbeeld dat werknemers die op een hoogte werken boven de 2,5 meter beschermd moeten worden tegen valgevaar. En dat werknemers niet blootgesteld mogen worden aan geluid boven 85 decibel.

Hoe sociale partners het Arbobesluit verder invullen, kunnen ze per sector regelen. Vakbonden en werkgeversorganisaties kunnen daartoe zogenoemde arbocatalogi samenstellen. In die catalogi staat op welke manieren en met welke middelen bedrijven ervoor kunnen zorgen dat werknemers veilig en gezond werken. Omdat werkgevers en werknemers het arbobeleid samen invullen, verwacht het kabinet dat het meer draagvlak krijgt binnen de onderneming. Daardoor verbetert de kwaliteit van het arbobeleid.

De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het voorstel voor advies aan de Raad van State zal worden gezonden. De tekst van het besluit wordt openbaar bij publicatie in het Staatsblad.

Bron: RVD, 19-05-2006

Meer voorlichting van Arbeidsinspectie moet arbo verbeteren - 22-05-2006

Het doel van de nieuwe aanpak van de Arbeidsinspectie is: betere werkomstandigheden door meer kennis van risico's en regels bij bedrijven.

Vóórafgaande aan elke controleronde stuurt de inspectiedienst een brochure waarin de regels en risico's voor de betrokken branche op een rij zijn gezet. Die gaat naar alle bedrijven in die sector. In de brochure wordt ook uit de doeken gedaan welke normen de Arbeidsinspectie bij de controles aanlegt. Verder kunnen er ook voorbeelden in staan van praktische oplossingen voor riskante werkomstandigheden.

De Arbeidsinspectie verwacht dat met deze aanpak meer bedrijven bij een controle veiliger en gezonder blijken te werken.

Bij wijze van proef zijn kort geleden de eerste vier brochures de deur uit gegaan. Ze zijn verstuurd naar bedrijven en instellingen in de sectoren:

- grafimedia,

- houthandel,

- verpleging plus verzorging,

- industriële reiniging.

Over een half jaar vinden in die sectoren inspecties plaats.

De brochures zijn samen met de branche-organisaties opgesteld. Ook heeft de Arbeidsinspectie ze tevoren bij veertig ondernemingen in de vier sectoren getest: zijn ze begrijpelijk en informatief? Verder moet straks uit grootschalig opinie-onderzoek blijken hoe de nieuwe aanpak bij werkgevers is gevallen.

Met de nieuwe aanpak loopt de Arbeidsinspectie vooruit op de komst van de nieuwe Arbowet. Deze geeft de werkgever de mogelijkheid om voor arbo-problemen oplossingen te zoeken die bij het bedrijf passen. Dat gaat wellicht gemakkelijker nu de regels en risico's voor de eigen branche al in kaart zijn gebracht.

Bron: Ministerie van SZW, 16-05-2006

Keuren van hijskranen moet beter - 16-05-2006

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid neemt maatregelen om de keuringen van hijskranen te verbeteren. Instellingen die de hijskranen keuren, moeten onderling duidelijker criteria uitwerken om een machine te keuren. Ook moeten zij vastleggen in welke gevallen een herkeuring nodig is.

Hiermee wordt gereageerd op de uitkomsten van het onderzoek 'Controle in Concurrentie' dat is uitgevoerd door de Inspectie Werk en Inkomen (IWI). Uit het onderzoek blijkt dat de verschillen tussen keuringsinstellingen te groot zijn, zij niet altijd alle gebreken opmerken en eigenaren mankementen vaak niet snel genoeg verhelpen.

De instellingen die de keuringen doen en de daarbij behorende certificaten afgeven, zijn aangewezen door de staatssecretaris. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid volgt de komende periode op de voet of de kwaliteit bij de ondermaats presterende keuringsinstituten verbetert. Gebeurt dat niet, dan wordt de aanwijzing van de betreffende keuringsinstelling wordt ingetrokken.

Bron: Ministerie van SZW, 11-05-2006

Werkgevers en werknemers krijgen meer vrijheid bij invullen arbobeleid - 10-05-2006

Werkgevers en werknemers krijgen vanaf volgend jaar meer ruimte om samen het eigen arbobeleid in te vullen. Werknemers dienen nauwer betrokken te worden bij de uitvoering van het beleid, waardoor de kwaliteit ervan verbetert. Dat staat in een voorstel voor een nieuwe Arbeidsomstandighedenwet.

In de nieuwe wet komen zo min mogelijk Nederlandse regels bovenop de regels van de Europese Unie. Alleen als er sprake is van zeer ernstige risico's zal een uitzondering worden gemaakt. Bijvoorbeeld bij het werken met professioneel vuurwerk of bij het vervangen van producten met vluchtige organische stoffen.

De overheid schrijft niet meer tot in detail voor aan welke eisen ondernemingen moeten voldoen. Wel komen er zogenoemde 'doelvoorschriften', omschrijvingen van het te bereiken beschermingsniveau tijdens het werk. Een voorbeeld daarvan is dat de overheid niet langer voorschrijft hoeveel toiletten een bedrijf moet hebben, maar eist dat een werkgever zorgt voor een voldoende aantal toiletten.

Hoe werkgevers en werknemers de doelen bereiken, kunnen ze per sector regelen. Vakbonden en werkgeversorganisaties kunnen daartoe arbocatalogi samenstellen waarin staat op welke manieren en met welke middelen bedrijven de doelvoorschriften kunnen halen. Omdat werkgevers en werknemers het arbobeleid samen invullen, wordt verwacht dat het arbobeleid meer draagvlak krijgt binnen de onderneming. Als de arbocatalogi begin 2007 nog niet af zijn, kunnen werknemers en werkgevers bij het vormgeven van het arbobeleid binnen de onderneming tijdelijk terugvallen op de regels van de overheid.

De Arbeidsinspectie blijft controleren of ondernemers hun werknemers voldoende beschermen. Groepen die grotere gezondheidsrisico's lopen, zoals zwangere vrouwen en jeugdigen worden nu extra beschermd. In de nieuwe wet blijft dat zo.

Voor ondernemers is de nieuwe arbowet financieel voordelig. Ze krijgen meer ruimte om het beleid aan te passen aan de risico's in hun eigen onderneming of sector. Door minder administratieve verplichtingen wordt jaarlijks in totaal 63 miljoen euro bespaard.

Onderdeel van het wetsvoorstel is dat bij bedrijven tot en met 25 werknemers de werkgevers zelf de taken van de zogenoemde preventiemedewerker op zich mogen nemen. Nu ligt die grens bij 15. Zo'n preventiemedewerker controleert en bewaakt de arbeidsomstandigheden in het eigen bedrijf en is een aanspreekpunt voor werknemers.

Bron: Ministerie van SZW, 09-05-2006

Eenvoudiger Arbeidstijdenwet: minder regels voor werktijden - 25-04-2006

Er gaan minder regels gelden voor het maximale aantal uren dat iemand mag werken en voor nachtarbeid. Verder verdwijnen de aparte regels voor overwerk uit de wet en worden afspraken over pauzes een zaak van werkgevers en werknemers. Deze voorstellen staan in het Wetsvoorstel vereenvoudiging arbeidstijdenwet waarmee de ministerraad heeft ingestemd.

In de nieuwe Arbeidstijdenwet zullen nog maar vier regels over de maximum arbeidstijd staan.

De huidige wet kent nog twaalf verschillende regels.

Zo schrijft de nieuwe Arbeidstijdenwet een maximum arbeidstijd voor van 12 uur per dienst en 60 uur per week. Wanneer er geen overwerk wordt verricht, geldt nu dat per dienst maximaal 10 uur mag worden gewerkt. In een periode van 4 weken mag een werknemer onder de nieuwe wet gemiddeld maximaal 55 uur per week werken en per 16 weken gemiddeld 48 uur, in de huidige situatie is dat 45 uur per 13 weken. Door deze versoepelingen krijgen werkgevers en werknemers meer ruimte de arbeidstijd per dag en per week zelf nader in te vullen. Ook biedt de nieuwe wet werkgevers en werknemers de vrijheid zelf afspraken te maken over de praktische details van pauzes, zoals aantal en tijdstip(pen).

Verder komt er meer ruimte bij nachtarbeid. Wel blijft de wet werknemers extra bescherming bieden: een nachtdienst mag niet langer zijn dan 10 uur. Voor werknemers die regelmatig nachtdiensten draaien, mag de werkweek over een periode van 16 weken gemiddeld niet meer dan 40 uur bedragen. Na één of meer nachtdiensten geldt een langere rusttijd. Ook het aantal nachtdiensten blijft beperkt: per 16 weken maximaal 36 diensten waarvan zeven nachtdiensten achter elkaar. Bij CAO of na een afspraak van de werkgever met de ondernemingsraad mag dit aantal worden verhoogd tot 140 nachtdiensten per jaar en acht nachtdiensten na elkaar.

Verder komt er meer ruimte bij nachtarbeid. Wel blijft de wet werknemers extra bescherming bieden: een nachtdienst mag in de regel niet langer zijn dan 10 uur. Voor werknemers die regelmatig nachtdiensten draaien, mag de werkweek over een periode van 16 weken gemiddeld niet meer dan 40 uur bedragen. Na één of meer nachtdiensten geldt een langere rusttijd. Ook het aantal nachtdiensten blijft beperkt: per 16 weken maximaal 36 diensten waarvan zeven nachtdiensten achter elkaar. Bij CAO of na een afspraak van de werkgever met de ondernemingsraad mag dit aantal worden verhoogd tot 140 nachtdiensten per jaar en acht nachtdiensten na elkaar.

De nieuwe arbeidstijdenwet zal ingaan op 1 januari 2007. Voor sectoren die een CAO hebben afgesloten komt er een overgangsregeling. In deze sectoren wordt de nieuwe wet van toepassing op het moment dat die CAO in 2007 afloopt. Uiterlijk op 1 januari 2008 geldt de wet voor alle sectoren.

Bron: Ministerie van SZW, 21-04-2006

Certificering met korting - 06-04-2006

Momenteel kunnen we tijdelijk certificering voor VCA-trajecten met korting aanbieden.

We zoeken voor een nieuwe certificerende instantie bedrijven die binnenkort VCA-gecertificeerd of hercertificeerd willen worden.

Ook certificerende instellingen moeten gecertificeerd zijn, voordat zij bedrijven mogen "certificeren". Om dit te kunnen bereiken, moeten eerst een aantal certificeringen uitgevoerd worden, waarbij een controlerende instantie meeloopt om te verifiëren of alles goed gaat.

Voor dit traject zoeken we geïnteresseerde bedrijven.

Mocht u interesse hebben, dan kunt u contact met ons opnemen:

Telefoon: 023 - 5364436

Fax: 023 - 5404607

E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Bron: Rodenburg & Van der Hoeven, 04-04-2006

Kwaliteitsnorm voor e-mail in de maak - 29-03-2006

Het kenniscentrum voor e-mail Stichting Grotius te Almere en het Instituut voor Telecom Organisaties (ITO) stellen kwaliteitsnomen op voor e-mail. De officiële presentatie kan in oktober worden verwacht.

Het is echter niet de bedoeling om de kwaliteitsnormen uit te roepen tot verplichting. Hij vindt wel dat bedrijven, overheden en andere organisaties er hun voordeel mee kunnen doen. De beste score is honderd punten. Verkeerde reacties zoals halve antwoorden, foutieve aanspreektitels en te trage dienstverlening leveren minpunten op.

Enkele voorbeelden uit de praktijk maken duidelijk dat bedrijven de plank geregeld misslaan. Ondernemers denken bijvoorbeeld vaak dat ze goed bezig zijn door alle e-mailtjes met het keurige "Geachte meneer/mevrouw" te beginnen. Dit is echter een te onpersoonlijke reactie als die persoon wel eerst zijn geslacht heeft moeten doorgeven.

De kwaliteitsnormen van de Stichting Grotius en het ITO zijn niet alleen bruikbaar voor e-mail. De organisaties beschouwen het ook als leidraad voor andere diensten, zoals telefonische keuzemenu's van bedrijven en vragenlijsten met antwoorden op veelgestelde vragen op internet.

Bron: Telegraaf, 28-03-2006

PAGO zal PMO gaan worden - 27-03-2006

Het Periodiek Arbeids Geneeskundige Onderzoek (PAGO) zal vervangen worden door het Preventief Medisch Onderzoek (PMO).

De aandacht voor de PAGO was zowel bij bedrijfsartsen, werkgevers als werknemers al jarenlang tanende. Met de introductie van de Leidraad PMO wordt een impuls gegeven aan preventieve gezondheidsprogramma's in bedrijven. Er zal meer samenwerking tussen het bedrijf en de bedrijfarts plaatsvinden.

PMO zal zich meer dan bij de PAGO richten op interventies die nodig zijn naar aanleiding van het onderzoek. Bovendien zal ook systematisch aandacht worden besteed aan de levensstijl van de werknemers.

Bron: vakblad ARBO, februari 2006

Regels asbestverwijdering meer in overeenstemming met risico's - 21-03-2006

De regels die gelden bij de verwijdering van asbest worden meer in overeenstemming gebracht met de risico's die kunnen optreden. Hoe hoger het risico dat gevaarlijke asbestvezels vrijkomen, hoe uitgebreider de maatregelen die genomen moeten worden om werknemers te beschermen.

Dit is de strekking van een voorstel tot wijziging van het Arbobesluit waarmee de ministerraad heeft ingestemd. De tekst van het besluit en van het advies van de Raad van State worden pas openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Aanleiding voor de wijziging is een Europese richtlijn voor de bescherming van werknemers tegen de gevaren van asbest. Er geldt nu één wettelijke norm voor asbestverwijdering, waarbij ook in minder gevaarlijke situaties vergaande maatregelen verplicht zijn. Onder het nieuwe Arbobesluit komen er drie risicocategorieën voor asbestverwijdering met bijbehorende veiligheidsmaatregelen. Een gecertificeerd bedrijf dat is gespecialiseerd in het inventariseren van asbest stelt vast in welke risicocategorie een klus valt.

Een aantal van de huidige verplichtingen vervalt bij werkzaamheden waarbij het risico op vrijkomen van asbestvezels laag is. Werk met een laag risico is bijvoorbeeld het zonder breken demonteren van asbest dat nog in een goede staat verkeert. In dit soort gevallen hoeft de asbestverwijdering niet meer te worden uitgevoerd door een gecertificeerd bedrijf, maar mag ook een gewone aannemer de klus doen. Wel moet hij het werk laten uitvoeren door medewerkers die daarvoor zijn opgeleid. Ook hoeven werkzaamheden in de laagste risicocategorie niet meer gemeld te worden aan de Arbeidsinspectie en vervalt de verplichting het werk uit te voeren in een hermetisch afgesloten ruimte met aparte luchtdrukregulatie.

Bij werkzaamheden in de gevaarlijkste categorie worden de beschermende maatregelen juist iets aangescherpt. Omdat het risico op het vrijkomen van asbestvezels in deze gevallen hoog is moeten extra controles uitgevoerd worden.

Bron: Ministerie van SZW, 17-03-2006

Vrijwilligers vrijgesteld van arboregels - 21-03-2006

Organisaties waar vrijwilligers werken hoeven binnenkort niet meer aan alle verplichtingen van de Arbowet te voldoen. Alleen de bescherming tegen zeer ernstige risico's blijft gehandhaafd.

De versoepeling van de regels leidt tot minder administratieve lasten. Een regel die vervalt is bijvoorbeeld de verplichting om een risico-inventarisatie en -evaluatie te maken (behalve waar gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen). Ook hoeven vrijwilligersorganisaties geen preventiemedewerker en bedrijfshulpverleners aan te stellen.

Vrijwilligers blijven wel wettelijk beschermd tegen zeer ernstige risico's, die grote gevaren voor de gezondheid met zich meebrengen. Enkele voorbeelden zijn valgevaar (bijvoorbeeld bij de restauratie van een clubhuis), het werken met gevaarlijke stoffen en biologische agentia (zoals virussen of vaccins) of met professioneel vuurwerk. Ook blijven aanvullende bepalingen voor gezond en veilig werken van kracht voor kwetsbare groepen die extra bescherming nodig hebben. Het gaat om jeugdige vrijwilligers tot 18 jaar en vrijwilligers die zwanger zijn of borstvoeding geven.

Buiten de vrijstelling vallen de vrijwillige brandweer en politie. Voor hen blijft de Arbowet van toepassing. Dat is ook het geval voor mensen die vanuit een uitkering op proef gaan werken en voor betaalde werknemers bij een vrijwilligersorganisatie.

De vrijstellingsregeling trad per 15 maart 2006 in werking.

Bron: Ministerie van SZW, 06-03-2006

Overheid pakt fraude in bouw aan - 21-03-2006

Overheidsdiensten gaan de komende maanden samen de bouwsector in Groningen, Friesland en Drente controleren op diverse vormen van fraude. Het Bouwinterventieteam (BIT) spoort illegale arbeid op, ontduiking van belasting en premies en fraude met uitkeringen. Ook illegale huisvesting wordt aangepakt en zullen de arbeidsomstandigheden worden gecontroleerd.

De gezamenlijke controles vinden plaats door de Belastingdienst, UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen), Arbeidsinspectie en de Vreemdelingenpolitie. Tegen werknemers die zich niet kunnen legitimeren, wordt proces-verbaal opgemaakt. Werkgevers die illegale werknemers in dienst hebben, betalen 8.000 euro per werknemer. Op ontduiking van belasting en premies staan terugvordering en boetes. Werknemers die illegaal in Nederland blijken te zijn, worden door de Vreemdelingenpolitie uitgezet.

Bron: Ministerie van SZW, 17-03-2006

Risico's werken met gevaarlijke stoffen verder verminderen - 04-02-2006

Werkgevers en werknemers moeten snel aan de slag om de risico's van werken met gevaarlijke stoffen beter in kaart te brengen en verder te verminderen. In één op de drie bedrijven wordt veel en vaak met gevaarlijke stoffen gewerkt.

Uit een onafhankelijk onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt jaarlijks ongeveer 1850 mensen voortijdig te sterven door het werken met gevaarlijke stoffen.

In het onderzoek werd onderzocht wat de gevolgen voor de gezondheid zijn en rekent de schade om in het aantal gezonde levensjaren dat mensen door ziekte verliezen. Het RIVM schat dat er jaarlijks bijna 47.000 gezonde levensjaren verloren gaan door het werken met gevaarlijke stoffen. Dat is inclusief het aantal voortijdige sterfgevallen van ongeveer 1850 per jaar. Door schaarse gegevens houden de onderzoekers wel een grote slag om de arm.

In het onderzoek werd gekeken op het ontstaan van tien ziekten, zoals astma en longkanker.

Astma en andere chronische aandoeningen aan de luchtwegen, asbestziekten en longkanker maken de meeste slachtoffers.

Het is van belang dat werkgevers en werknemers hun verantwoordelijkheid nemen en samen aan de slag gaan om de gezondheidsschade door het werken met gevaarlijke stoffen in de bedrijven zoveel mogelijk te voorkomen en te verminderen.

De overheid zal hierbij ondersteuning bieden in de vorm van voorlichting, subsidies en onderzoek met als doel om door een effectiever beleid in de ondernemingen de veiligheid en de gezondheid op het werk te bevorderen.

Bron: Ministerie van SZW, 27-01-2006

Strenge arbo-eis vertraagt trein - 26-01-2006

De aangescherpte arbo-regels voor werkzaamheden aan het spoor leiden tot extra vertragingen voor treinreizigers. Volgens netbeheerder ProRail heeft dat er samen met het inhalen van achterstallig onderhoud toe geleid dat er de afgelopen maanden meer storingen zijn geweest in Noord-Holland. Het probleem zal de komende jaren vaker de kop opsteken.

Een deel van de uitval en vertraging van treinen wordt veroorzaakt door de aangescherpte regels voor de veiligheid van werklieden op het spoor. De mannen in gele en oranje hesjes die de spoorarbeiders waarschuwen voor een naderende trein, waarna de trein vervolgens stapvoets voorbij de werkplek rijdt, zijn verdwenen. Dat is niet meer toegestaan. In eerste instantie dient bronaanpak plaats te vinden, oftewel het gevaar van werken nabij rijdende treinen worden uitgeschakeld.

In verband met de veiligheid moet daarom het baanvak afgesloten worden.

Bron: Noordhollands Dagblad , 17-01-2006

Arbeidsinspectie controleert of sociale werkplaatsen veiliger zijn - 16-01-2006

De Arbeidsinspectie gaat begin 2006 de werkomstandigheden bij sociale werkplaatsen controleren. Aanleiding zijn de resultaten van een vorige inspectie, die eerder dit jaar bekend werden gemaakt. Toen bleek dat er te weinig toezicht was op het werken met gevaarlijke machines. Ook schortte het aan de veiligheid van de machines zelf.

Voor werknemers met bepaalde handicaps die met gevaarlijke machines werken, is permanent toezicht noodzakelijk. Er gebeuren regelmatig ernstige ongelukken op sociale werkplaatsen. Medewerkers hebben een bijna tweemaal zo grote kans op een arbeidsongeval dan de gemiddelde beroepsbevolking.

De Arbeidsinspectie bezoekt alle negentig bedrijven in de sociale werkvoorziening. Deze instellingen bieden werk aan werknemers met een arbeidshandicap. In de sector werken ongeveer 95.000 werknemers. Bijna de helft is lichamelijk gehandicapt, ongeveer eenderde verstandelijk. Juist voor deze groep werknemers zijn veilige arbeidsomstandigheden van groot belang.

Bron: NEN, 16-01-2006


Copyright © 2018 - Rodenburg & Van der Hoeven | Arbonormen | Kwaliteitsnormen | Milieunormen